Genealogische Werkgroep Kamphorst

Kamphorst, een Veluws en een Twents geslacht

Aanvullingen Voorst

Vt-IIa (Ia1)
In het thinsboek van het ambt van Voorst (1) staat dat op 16 juli 1636 "Gerr:Jacobs goudsmit toe Deventer eert. Jan Camphorst" toestemming kreeg "uit 't veld in Aerdenbroek omtrent II schepel gesaijs te lande te maken". Hieruit blijkt dat ene Jan Camphorst vóór 1636 eigenaar is geweest van een boerderij, mogelijk in het Aerdenbroek tussen Appen en Apeldoorn, die later aan Gerrit Jacobs toebehoorde. Gezien het vroege jaartal lijkt het waarschijnlijk dat dit de boerderij is geweest waar Jan Camphorst alias Johan op die Kamphorst zich rond 1610 vanuit Twente heeft gevestigd.

Vt-IIIa (IIa1)
Jan Jansen Camphorst is geboren te Appen in het kerspel Voorst in het jaar 1600 en is aldaar overleden in 1670.
In de lijst van heerdsteden van het ambt van Voorst woonde in 1749 in de hofstede "Kemna" een Jan Jansen Pouhuis (
2). De boerderij bezat toen 10 morgen of wel ongeveer 3 ha zandgrond.

Vt-IVb (IIIa2)
De heer Fred van Raaij bericht ons dat volgens zijn gegevens Gerrit Jansen Kamphorst en Jenneken Hendricks maar liefts negen kinderen hadden, n.l.:
1. Jan Gerrits Kamphorst, geb. kerspel Voorst ca.1660
2. Gerrit Gerrits Kamphorst, ged. Voorst 15-8-1669
3. Teunis Gerrits Kamphorst, geb. Voorst ca.1670
4. Marijken Gerrits Kamphorst, ged. Voorst 22-12-1675
5. Gerrit Gerrits Kamphorst, ged. Voorst 25-11-1677
6. Gerrit Gerrits Kamphorst, ged. Voorst 16-3-1679
7. Hermen Gerrits Kamphorst, ged. Voorst 7-8-1681
8. Jenneken Gerrits Kamphorst, ged. Voorst 22-6-1684
9. Berent Gerrits Kamphorst, ged. Voorst 16-1-1687
Het is bevreemdend dat de samenstellers van het boek al deze kinderen, behalve de eerste, niet in de doopregisters van Voorst hebben aangetroffen. Ook vinden wij gebeurtenissen in hun verder levensloop niet terug onder de naam Kamphorst, noch te Voorst of Wilp, noch elders in de omgeving van Voorst. Mogelijk zijn dit toch geen Kamphorsten of is Gerrit Camphorst met zijn gezin al vroeg uit de streek vertrokken. Het kwam in de 17e eeuw vaak voor dat iemand na een verhuizing de naam aannam van de boerderij waarin hij ging wonen of dat kinderen zich later noemden naar de boerderij waarin zij waren geboren of opgegroeid.

Vt-IVd1
In het thinsboek van het ambt van Voorst (1) staat te lezen dat Hendrik Gerritsen Camphorst in 1701 een stuk land had verkocht aan Hermen Warners. Zowel eerdere als latere eigenaren van dit land woonden te Gietel, wat in overeenstemming is met het feit dat Hendrik Gerritsen's grootvader Hendrik Jansen Camphorst land in pacht had in het Gietelse Broek.

Vt-Va2
Een Magtelt Kamphorst "van Voorst", oud 34 jaar, woonde in 1750 op de Keizersgracht te Amsterdam, waarschijnlijk als dienstmeisje. Zij ging te Amsterdam in ondertrouw op 17-4-1750 met Gerrit Meijer, wonend op de Bloemstraat in de Jordaan te Amsterdam.  Vermoedelijk was deze Mechteld een dochter van Jan Jansen Kamphorst, want de drie dochters met de naam Mechteld van zijn drie broers zijn niet omstreeks 1716 geboren. Machtelt kon overigens een redelijk goede handtekening zetten (afb.  ), wat er op wijst dat zij zeer wel de dochter van een tamelijk welgestelde boer kan zijn geweest.

Afb.  : Handtekening van Machtelt Kamphorst en haar bruidegom.

Vt-Vb3
Jenneken Heimericks Kamphorst huwde Voorst 18-2-1713 Willem Garries Klumpert (ged. Voorst 29-7-1688, begr. Voorst 8-9-1744, zoon van Gerrit Peters Klumpert te Empe). Jenneken werd begraven te Voorst op 6-7-1720. Haar weduwnaar hertrouwde te Voorst, na een ondertrouw aldaar op 27-10-1720, met Maria of Marijtje Dercks (ged. Voorst 18-11-1688, overl. Gietelo 30-1-1775).

Vt-Vb5
Zeer waarschijnlijk is het deze Mechteld die als Magtelt Camphorst te Breda trouwde met de soldaat Hendrik Sprieck. Zij woonde bij haar huwelijk in de Schoolstraat te Breda en trouwde in de Grote Kerk aldaar op 4-11-1725. Zij woonde later met deze Henderijk Sprik of Sprijk "in de hutte" Bij Voorst en hield in de NDG-kerk aldaar ten doop diens kinderen Janken op 18-2-1731, Hermannus op 18-12-1735, Garrit op 19-1-1738 en Harmannus op 27-1-1743. 

Vt-Vc (IVa5)
In het Legermuseum te Delft vonden wij een afbeelding van een ruiter te paard, een tekening naar een schilderij van Dirk Maas (1656-1717). (afb..) 
De beroepsruiters werden in die tijd door het leger gegageerd of wel ingehuurd, compleet met paard en uitrusting.

Vt-Vf2
Volgens het thinsboek van het ambt van Voorst (1) had Jan Roelofs Camphorst in het Gietelse Broek in 1715 niet alleen land in pacht maar ook in eigendom.
In 1749 meldde de cedule van heerdsteden van het ambt van Voorst (2) dat ene Arent Jansen en zijn vrouw woonden in een keuterboerderij met 1 morgen zandgrond in het Gietelse Broek, die eerder door Jan Roelofs bewoond was geweest. De keuterboerderij, die vroeger Camphorst geheten had, werd in 1749 de Nijenbeker Vicarie genoemd. Dit bevestigt het feit dat de boerderij vroeger eigendom was geweest van de Nijenbeker vicarie.
Eveneens in de cedule van heerdsteden van 1749 is sprake van ene Nijkes Gerrits, die in een keuterboerderij "Camphorst nijgetimmer" met 0,75 morgen zandgrond in het Gietelse Broek woonde. Kennelijk was het land van Jan Roelofs na zijn dood opgesplitst en was er een nieuw huis op gebouwd.


Vt-Ve
Ons werd gerapporteerd dat er rond 1700 nog een andere Jan Gerrits leefde in het woongebied van de tak van Voorst. Ook deze was getrouwd met een Berendjen Gerrits. Hij kreeg echter zes kinderen in de kerspels Wilp en Twello. Ook hij had een zoon Gerrit Jan, maar die werd in 1710 geboren en noemde zich Gerrit Jan Kruijtbos. Dit alles duidt er op dat wij hier te doen hebben met een andere Jan Gerrits, die niet in het kerspel Voorst maar op de erve Kruytbos in het Aerdenbroek in het kerspel Wilp heeft gewoond.

Vt-Vg (IVe1)
In de cedule van heerdsteden van het ambt van Voorst (2) over 1749 staat dat Lambert Camphorst en zijn vrouw in dat jaar op de "Heijligen Geesthofste" woonden. Vermoedelijk is dat de hofstede waarover in de laatste alinea van de inleidende tekst over de tak van Voorst op pagina 25 van het boek geschreven wordt. In 1749 was deze nog eigendom van het Heilige Geesten Gasthuis te Deventer. Mogelijk werd de boerderij, al of niet spottend, ook De Papencamp genoemd. Overeenkomsten tussen de Heijligen Geesthofste en de Papencamp zijn dat zij beide bij Noord Empe lagen en 5 morgen of wel ongeveer 1,5 ha zandgrond bezaten.

Vt-Vg7
Teunis Camphorst en Janna Alberts gingen in ondertrouw te Beekbergen op 7-7-1781 en te Voorst op 25-7-1781. Zij trouwden uiteindelijk te Voorst op 29-7-1781.

Vt-VIa1
Megtelt Jansen Kamphorst's echtgenoot heette voluit Jan Berends Panhuis. Behalve de drie genoemde kinderen kreeg zij ook nog een dochter Engeltje, gedoopt te Voorst op 17-11-1746.

Vt-VIa2
Lambert Kamphorst was smidsknecht in de Amstelstraat te Amsterdam. Hij werd begraven op het Leidse Kerkhof aan de Heiligeweg aldaar op 11-7-1750.

Vt-VIb (Ve3)
Uit de cedule van heerdsteeden van het ambt van Voorst over 1749 (2) blijkt dat ene Jan Camphorst en zijn vrouw in een "Arme Hutte" woonden. Elders in de Cedulle wordt van een andere "Arme Hutte" geschreven dat die de diaconie toebehoorde en dat de bewoners daarin "voor niet" woonden. De hut stond ergens tussen Voorst en Noord Empe.

Vt-VIc (Vg10)
Volgens het thinsboek van het ambt van Voorst (1) had ene Lammert Kamphorst in 1804 land in eigendom. Het is niet bekend of dit bij de boerderij Den Acker lag.

Vt-VIc4
Antonia Hendrika Lamberts Camphorst en Jurrien Hissink kregen te Voorst de volgende kinderen: Geertrui (geb. 5-12-1812, overl. 16-2-1812), Lammert (geb.27-2-1813), Geertrui (geb. 10-12-1815), Gerrit Jan (geb. 22-10-1818, overl. 14-4-1878), Berendina (geb. 13-7-1821), Gerritje (geb. 22-6-1825) en Lammert (geb. 1833).

Vt-VIc7
Janna Lamberts Camphorst en Lammert Martens kregen ook nog de kinderen Willemina (geb. 1821) en Lammert (geb. 1823).